GEDRAGSCODE ICT-GEBRUIK
VOOR PERSONEEL EN LEERLINGEN VAN HET UC
Deze gedragscode is opgesteld voor zowel het personeel als ook de leerlingen van het Udens College. Het beleid op de school is er op gericht dat leerlingen in hun groei naar volwassenheid respectvol gedrag als vanzelfsprekend gaan ervaren. Dit proces veronderstelt een gezamenlijke verantwoordelijkheid van personeel en ouders. Door de juridisering van de maatschappij is het noodzakelijk dat er formele regels en procedures opgesteld worden.
Artikel 1. Doel en werkingssfeer van deze regeling
1.1 Deze regeling geeft de wijze aan waarop op het Udens College wordt omgegaan met elektronische informatie- en communicatiemiddelen (EIC). Deze regeling omvat gedragsregels ten aanzien van verantwoord gebruik en geeft regels over de wijze waarop controle plaats vindt.
1.2 Gebruik in strijd met de doelstelling en identiteit van de school, zowel in persoonlijk, als in relatie tot anderen binnen of buiten de school, wordt aangemerkt als ongeoorloofd. Hierbij wordt in het bijzonder gedacht aan illegale toepassingen van bestanden, godslasterlijke, beledigende, aanstootgevende, gewelddadige, racistische, discriminerende, intimiderende, pornografische toepassingen en /of toepassingen die strijdig zijn met de wet of als onethisch te karakteriseren zijn.
1.3 De controle op persoonsgegevens bij gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen vindt plaats met als doel:
A. systeem- en netwerkbeveiliging
B. tegengaan onverantwoord gebruik.
1.4 Deze regeling geldt voor een ieder die gebruik maakt van de apparatuur en/of de infrastructuur van het Udens College.
Artikel 2. Algemene uitgangspunten
2.1 De controle op gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen zal in overeenstemming met deze regeling uitgevoerd worden.
2.2 Bij de controle op verantwoord gebruik wordt de bescherming van de privacy gewaarborgd. Gestreefd wordt naar een goede balans tussen controle op verantwoord gebruik en bescherming van de privacy.
2.3 Persoonsgegevens over gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen worden niet langer bewaard dan noodzakelijk, met een maximum bewaartermijn van 6 maanden.
2.4 De schoolleiding maakt het ICT-personeel alleen technisch verantwoordelijk.
Artikel 3. Gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen
3.1 Het gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen is primair verbonden met taken/bezigheden die voortvloeien uit de functie van de gebruiker op het UC. Gedragsregels die gelden voor het ondertekenen van schriftelijke correspondentie, het vertegenwoordigen van de school, het verzenden van post, zijn ook van toepassing op gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen.
3.2 Legitieme gebruikers mogen elektronische informatie- en communicatiemiddelen beperkt, incidenteel en kortstondig gebruiken voor persoonlijke doeleinden mits dit niet storend is voor de dagelijkse werkzaamheden of het systeem en mits hierbij wordt voldaan aan de verdere regels van deze regeling.
3.3 Het is niet toegestaan om elektronische informatie- en communicatiemiddelen zodanig technisch te gebruiken dat het systeem- en/of de beveiliging opzettelijk worden aangetast. Ook mogen de elektronische informatie- en communicatiemiddelen niet gebruikt worden voor communicatie die strijdig is met de doelstelling en identiteit van de school.
3.4 De gebruikers krijgen een gebruikersnaam en een voorlopig wachtwoord. Dit wachtwoord dienen zij z.s.m. te wijzigen. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor het gebruik onder deze gebruikersnaam en wachtwoord.
3.5 Onbedoelde inbreuken op beveiliging, van binnenuit of van buiten de school dienen onmiddellijk bij de ICT-afdeling gemeld te worden.
Artikel 4. Meldingsplicht
4.1 Een vermoeden van misbruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen moet direct worden gemeld bij schoolleiding of voorzitter van het bestuur.
Artikel 5. Controle
5.1 Controle op gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen vindt slechts plaats in het kader van in artikel 1.2 en 1.3 genoemde doelen.
5.2 De schoolleiding informeert leerlingen en personeelsleden over controle op elektronische informatie- en communicatiemiddelen en de inhoud van deze regeling in de personeels- en leerlingengidsen.
5.3 Niet toegestaan gebruik van elektronische informatie- en communicatiemiddelen wordt zo veel mogelijk technisch onmogelijk gemaakt.
5.4 Controle vindt in beginsel steekproefsgewijs plaats.
5.5 Gegevens over het aantal e-mail’ s, de emailadressen en andere data hieromtrent worden geregistreerd voor zover dat vereist is i.v.m. wettelijke of contractuele verplichtingen vanuit het optreden als provider. Op verzoek van de schoolleiding of bestuur kunnen er vanwege zwaarwichtige redenen controles op de inhoud van de communicatie plaatsvinden.
5.6 Als een lid van de schoolleiding of de ICT-afdeling merkt of er op geattendeerd wordt dat het EIC-gedrag van een gebruiker niet binnen deze kaders verloopt, wordt de collega hier op gewezen en wordt een controle van zijn EIC-acties door bevoegde personen als mogelijkheid genoemd.
5.7 Elektronische informatie- en communicatieberichten van de schoolleiding, bestuursleden, vertrouwenspersonen en andere personeelsleden met een vertrouwensfunctie, gecommuniceerd in het kader van hun functie, zijn in beginsel uitgesloten van controle. Bij een ernstig vermoeden van misbruik kan deze uitsluiting door de schoolleiding of het bestuur ongedaan gemaakt worden.
5.8 Het bestuur kan opdracht geven tot een gerichte controle. De ICT-afdeling brengt hiervan rechtstreeks schriftelijk verslag uit aan het bestuur.
5.9 Gebruikers, bij wie geconstateerd is dat zij zich niet aan deze regeling houden, worden zo spoedig mogelijk door hun direct leidinggevende op hun gedrag aangesproken en mogelijke sancties aangekondigd.
|