ACADEMISCHE OPLEIDINGSSCHOOL
Passie voor Leren
Het UC neemt sinds 2006 deel aan een dieptepilot Academische Opleidingsschool met de titel “Passie voor Leren”. Partners zijn de scholen van scholengroep Rijk van Nijmegen (NSG, Canisius/De Goffert, Kandinsky College), ILS HAN en RU en de Eindhoven School of Education.
Het ministerie wil in de toekomst samenwerkingsverbanden zoals deze dieptepilot structureel extra gaan faciliteren voor opleiden en onderzoeken in de school. In de periode 2009 tot 2011 kunnen de eerste samenwerkingsverbanden zich hiervoor kwalificeren.
De missie van Passie voor Leren
Het partnership ‘Passie voor leren’ is een samenwerkingsverband van vier scholen voor voortgezet onderwijs en drie opleidingsinstituten voor hoger onderwijs die samen vorm willen geven aan een academische opleidingsschool. Dit betekent inhoud en samenhang geven aan de twee pijlers van de academische opleidingsschool: opleiden en onderzoeken.
Het partnership heeft tot doel het leren van leidinggevenden, opleiders, leraren, leraren in opleiding en leerlingen krachtig te bevorderen. Hiervoor zet het opleidings-, begeleidings- en onderzoeksactiviteiten structureel in.
De onderzoeksactiviteiten en de resultaten daarvan worden binnen het partnership ingezet om de reflectie over het eigen functioneren en de ontwikkeling van het onderwijs te bevorderen. Zo willen de partners komen tot een partnership als lerende organisatie met als kenmerk een onderzoekende houding op alle niveaus.
Het partnership ziet het vormgeven van de academische opleidingsschool als een ingrijpende vernieuwing die op alle niveaus implicaties heeft voor de processen van leren, onderwijzen en opleiden. De partners willen hiervoor samen een opleidingsplan en een onderzoeksagenda vormgeven en uitvoeren.
INTERVIEW
OPLEIDEN EN ONDERZOEKEN IN DE SCHOOL
MOTIVEERT EN ENTHOUSIASMEERT
Ze zijn het gezicht van het Opleiden in de School en de Academische Opleidingsschool in het UC: Johan van der Leest (vmbo) en Ingrid van de Wiel (havo/vwo). Als Algemeen School Begeleider (ABS) zijn ze al jaren actief in het begeleiden van SPD’s, stagiaires en lio’s binnen hun sector en in het coördineren van opleidings- en onderzoeksactiviteiten. Een gesprek met twee bevlogen medewerkers over de voordelen van opleiden in de school, het nut van het halen van een Keurmerk Opleidingsschool en over de toekomst van opleiden en onderzoeken in het onderwijs.
Om te beginnen bij het begin: waarom doe je dat eigenlijk, opleiden in de school?
Johan: In de eerste plaats om ervoor te zorgen dat je ook in de toekomst voorzien blijft van goede docenten. Maar bij opleiden gaat het niet alleen om je personeelsvoorziening. Het heeft ook een positief effect op je organisatie. Veel docenten vinden het leuk om stagiaires te begeleiden. Ze zijn niet voor niets docent geworden, ze vertellen vaak vol enthousiasme over hun beroep en dragen graag hun kennis over. En de stagiaires en lio’s brengen weer nieuwe kennis in de organisatie vanuit hun opleiding.
Ingrid: Nog niet zo lang geleden hadden wij veel minder stagiaires op onze school. Er waren toen ook maar enkele docenten die regelmatig een stagiaire begeleidden.
Er is heel veel veranderd met de invoering van het AB-systeem en de samenwerking met de lerarenopleidingen, waarbij er één begeleider/aanspreekpunt is binnen de school, de ABS, en een vanuit het instituut, de ABI. Daardoor hoefde je het allemaal niet meer in je eentje uit te zoeken. Vorig jaar hebben we zowel in het vmbo als in het havo/vwo tussen de 30 en de 40 stagiaires opgeleid.
Johan: Intussen hebben we in beide sectoren meer dan 30 schoolpracticumdocenten (SPD’s), die de SPD-opleiding hebben gevolgd. Daarnaast is er nog een flink aantal coaches en de belangstelling blijft groeien.
Dit schooljaar gaat het UC proberen het Keurmerk Opleidingsschool te halen van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen. In april krijgen we hiervoor een audit. Waarom doen we dat? Geeft dat niet een heleboel bureaucratische rompslomp?
Johan: Dit Keurmerk van de HAN is een bewijs voor de lerarenopleidingen dat wij een goede opleidingsschool zijn met veel kwaliteit. Zo’n bewijs heb je nodig voor aanvullende financiering. Je moet voldoen aan vijf kwaliteitsstandaarden, waarvoor je veel materiaal moet verzamelen. Voor een deel logisch, maar op sommige onderdelen vind ik dat ze wel wat ver gaan. Al die meters papier, wat moet je daarmee? Ik heb liever dat ze rechtstreeks vragen stellen.
Ingrid: Tijdens de audit worden onder meer studenten en SPD’s bevraagd. Dat geeft wel een inzicht in hoe je het doet als opleidingsschool. Wat mij betreft is dat ook wel een functie van zo’n Keurmerktraject. Je moet je afvragen: waar sta ik nu? En dan zie je ook wat je bereikt hebt.
Johan: Natuurlijk leer je ook veel van zo’n audit-traject. Het is nu nog wel erg eenzijdig: de lerarenopleiding komt kijken of wij het goed doen en geven ons dan hun keurmerk. Maar opleiden doe je samen, dat is wederzijds. De samenwerking is het belangrijkste. Het toekennen van een keurmerk voor Opleidingsschool aan een samenwerkingsverband van lerarenopleidingen en scholen, zoals de VO raad en het ministerie willen, is zinvoller.
En het onderzoeken in de school, hoe staat het daarmee?
Ingrid: Er zijn nu twee Learning Communities die onderzoek doen op het havo/vwo. Het gaat nog maar om een beperkt clubje, maar het feit dat mensen er uren voor krijgen, prikkelt ook anderen om erover na te denken om onderzoek te gaan doen. Zo krijg je hopelijk een soort inktvlekwerking, waarbij steeds meer collega’s geïnteresseerd raken in het doen van onderzoek. Het is een stukje professionalisering waarbij je kritisch leert denken en kijken naar de eigen lespraktijk. Onderzoek kan zo bijdragen aan de schoolontwikkeling: je krijgt serieuze oplossingen voor problemen die zich in de praktijk voor kunnen doen.
Johan: Ik denk dat men over het algemeen wel het nut ziet van het doen van onderzoek, maar in de praktijk komt er bijna nooit van. Vaak worden er voorstellen gedaan om dingen te veranderen, maar als je dan vraagt ‘hoe weet je nu dat dit niet werkt en dat wel?’, dan is daar geen goed antwoord op. Het wordt gewoon niet onderzocht.
Vorig schooljaar is vanuit de HAN begeleiding gegeven bij het doen van onderzoek. Wat heeft dat opgeleverd?
Ingrid: Op onze sector was het resultaat wisselend. Niet iedereen was even enthousiast. Naar mijn mening was een oorzaak dat niet iedereen er uit zichzelf voor koos daaraan deel te nemen. Het is bij onderzoek doen heel belangrijk dat je vanuit jezelf gemotiveerd bent, dat je je eigenaar voelt van je onderzoeksvraag. En natuurlijk moet het doen van onderzoek voldoende gefaciliteerd zijn.
Dit schooljaar zijn de Learning Community cultuur en de nieuwe Learning Community aansluiting onderbouw/bovenbouw voor de bètavakken enthousiast aan de slag gegaan. In april/mei willen ze de resultaten in de sector presenteren. Het werkt stimulerend als collega’s zien dat onderzoek echt iets oplevert.
Johan: Op het vmbo hebben vorig jaar 24 SPD’s deelgenomen aan een training onderzoeksvaardigheden. Zij leerden zelf onderzoek doen en begeleidden direct daarop ook groepjes leerlingen met onderzoeksopdrachten. Dat werkte heel positief. De docenten hadden zelf ervaren hoe lastig het is om onderzoek te doen en konden hun kennis direct toepassen.
Ingrid: Onderzoeksvaardigheden zijn voor onze leerlingen, op havo/vwo, natuurlijk ook heel belangrijk voor hun vervolgopleiding straks. Ze hebben die vaardigheden nu ook al nodig bij het maken van hun profielwerkstuk. Veel havo/vwo-docenten zijn eerstegraads docenten die tijdens hun studie al onderzoek hebben gedaan. Maar dat was vaak wetenschappelijk onderzoek. Praktijkonderzoek, waar het hier om gaat, is toch weer heel anders.
Een laatste vraag: waar moet het naartoe met opleiden en onderzoeken in de toekomst in het UC?
Ingrid: Er rust nu nog erg veel op een paar schouders. De deskundigheid van de ABS’en en de onderzoekers moet breder gespreid en gewaarborgd worden, bijvoorbeeld in een opleidingsteam. Daarnaast moeten de taken voldoende worden gefaciliteerd. Je kunt ook veel kennis en ideeën halen uit de samenwerking met andere scholen en lerarenopleidingen, zoals wij dat nu doen via de uitwisselingen in de dieptepilot.
Johan: Daar ben ik het helemaal mee eens. Als je als school het opleiden tot een van je kerntaken maakt, moet je duidelijke keuzes maken. Dat geldt ook voor onderzoek. De lerarenopleiding gaat voor onderzoek een doorlopende leerlijn invoeren voor de studenten. Het zou mooi zijn als onderzoek ook een echte plek kan krijgen binnen de school en als leerlingen daar profijt van hebben.
(Interview: Annemie van de Moosdijk)
|